Stoofaal van wilde paling aan de Rotte.
Stoofaal van wilde paling aan de Rotte.

Visserij en de Rotte: van paling tot stoofaal

Algemeen

Bleiswijk - Al kwam de rook nog uit de warme oven, Cor van Leeuwe stond al met de vis in zijn handen. Verrukkelijk vond hij het, verse gerookte paling; gevangen en klaargemaakt door hemzelf. “Zo gauw ze gaar waren, stond ik de gloeiend hete paling op te peuzelen. Heerlijk.”  De geboren en getogen Zevenhuizenaar vist al jaren niet meer, maar als hij de kans krijgt, eet hij er nog graag eentje.

Door Myriam Dijck

Van Leeuwe kwam in de jaren 60 via zijn schoonvader uit Bleiswijk voor het eerst in aanraking met palingvissen. Als beroepsvisser kon die wel wat hulp gebruiken van zijn jonge schoonzoon. “Ik werkte zelf in een fabriek voor metaalbewerking”, vertelt Van Leeuwe, “en zat zo altijd binnen. Dus een hele dag in een bootje eropuit gaan, vond ik geweldig.”

Destijds wemelde het van de paling in het gebied. Samen met zijn schoonvader, Piet van Vliet, viste hij in de Rotte en de wateren eromheen. Zo leerde hij waar de beste paling te vinden was. “In helder water zwemmen ze niet. Paling houdt van een beetje troebel water met bagger op de bodem”, legt Van Leeuwe uit. “De Rotte is ideaal omdat de onderlaag uit veen bestaat. De paling hoefde je dan niet te spenen in helder water om van de grondsmaak af te komen. Ze zijn direct eetbaar.”

Jaren later, toen zijn schoonvader ermee stopte, besloot Van Leeuwe alles over te nemen. Na een lang bureaucratisch proces kreeg hij de visrechten en zo kon hij de visserij voortzetten. “In 1977 ben ik zelfstandig begonnen, mijn schoonvader kon toen niet meer.” Hoewel hij het vissen altijd ‘erbij’ heeft gedaan, was hij wettelijk gezien wel een beroepsvisser, omdat hij zo de paling ook mocht verkopen. “Ervan rondkomen, zat er niet in, dus ik deed dit naast mijn baan. Dat was een drukke tijd. Ik was ’s avonds en in het weekend constant in de weer om de fuiken te repareren.”

Al dat gedoe met de fuiken werd hem uiteindelijk te veel. Dus besloot hij om te investeren in de nieuwste foefjes op het gebied van de visserij: het elektrisch vissen. “Ik weet nog goed dat ik met mijn vrouw naar Duitsland reed om daar een aggregaat te kopen. Zo kon ik met minder moeite meer vangen. Toen ik dat voor het eerst gebruikte, keek ik mijn ogen uit. Zo veel paling! Zelfs op wateren waar ik met fuiken moeilijk kon vissen, kon ik nu elektrisch paling vangen.”

Van Leeuwe was niet de enige. Er was een andere beroepsvisser uit Zevenhuizen die ook op paling viste in de wateren van de Zuidplaspolder. In de loop der tijd werd het echter steeds lastiger om wat te vangen.
Zodra paling oud genoeg is, verlaten ze de binnenwateren en zwemmen ze naar de Atlantische Oceaan om daar te paren. De jonge glasaaltjes die op zee uitkomen, maken de reis in omgekeerde richting en groeien op in zoet water.
Door nieuwe waterkeringen en gemalen, konden de aaltjes de Zuidplaspolder steeds moeilijker bereiken. “Voorheen kon de paling vrij naar de binnenwateren zwemmen, maar de natuurlijke intrek van glasaal nam steeds verder af”, legt Van Leeuwe uit.

Door levende glasaaltjes te kopen en deze uit te zetten in de Rotte kon de visstand op peil worden gehouden. “In het voorjaar tot eind mei kon je ze het beste met fuiken vangen, daarna ging ik meestal over op elektrisch vissen. De paling die ik ving was vet genoeg om te roken.”
Maar ook vanuit andere landen was er grote vraag naar glasaal waar het als lekkernij werd gegeten. Dat dreef de prijs van glasaal zo op, dat het voor Van Leeuwe al snel een te dure aangelegenheid werd. Zo zakte de palingstand steeds verder weg.

Zo’n negen jaar geleden, op tachtigjarige leeftijd, stopte Van Leeuwe ermee. Vissen heeft hij sindsdien niet meer gedaan. Missen doet hij het niet, maar de paling zelf, die eet hij nog steeds erg graag. Dan moet het alleen wel wilde paling zijn. “Ook al is de kweekaal over het algemeen goed, ik proef het meteen. Die heeft ook een iets andere kleur en is wat harder.”

Sinds kort kan hij weer genieten van paling aan de Rotte. Bij het restaurant van zijn nichtje, restaurant Meerenbos, staat wilde paling dit jaar weer op de kaart. Geen gerookte paling, maar stoofaal, ‘naar grootmoeders recept’. Hetzelfde gerecht dat Van Leeuwe geregeld bij zijn schoonouders at.
Van Leeuwe komt graag langs voor een kop koffie, en als zijn zoon er ook is, bestellen ze steevast een portie stoofaal van wilde paling uit de Oosterschelde. “Je moet ervan houden, maar ik vind paling nog altijd heerlijk.”