Bij het 65-jarig bestaan van de Nieuwerkerkse Tafeltennisclub reikte de burgemeester de onderscheiding uit.
Bij het 65-jarig bestaan van de Nieuwerkerkse Tafeltennisclub reikte de burgemeester de onderscheiding uit. Annette van den Berg

Tafeltennisfenomeen Hans Stapels verrast met lintje

Algemeen

Nieuwerkerk aan den IJssel - De Nieuwerkerkse Tafeltennisclub vierde 17 september zijn 65-jarig bestaan. 

Burgemeester Hans Weber kwam langs om Hans Stapels te verrassen met een koninklijke onderscheiding.
Stapels was zichtbaar geroerd en zei bescheiden:

“Ik kan dit alleen doen omdat het zo leuk is. Er zijn zoveel mensen met wie ik het samen doe. Er is zoveel enthousiasme. Helemaal top.” 

Met zijn 63 jaar speelt Hans Stapels nog steeds hoofdklasse en is hij voor de andere leden van de Nieuwerkerkse Tafeltennisclub (NTTC) nauwelijks te verslaan. Hij wint zo vaak, dat het vorige bestuur hem maar geen prijzen (die dus vaak naar hemzelf gaan) meer liet uitreiken.

Zijn koninklijke onderscheiding heeft Stapels echter niet gekregen voor zijn prestaties als tafeltennisser, maar vooral voor zijn inzet bij de club waar hij sinds 1998 actief is. Hij is penningmeester, organiseert wedstrijden, toernooien en jubilea, stelt clubbladen en jubileumboeken samen. Hij zette een jeugdafdeling op en onlangs een club voor 55-plussers.

Stapels speelt al sinds zijn negende tafeltennis en doet dat nog steeds vier keer per week. “Het is alles eromheen. Het sociale gebeuren maakt het zo leuk. Vroeger ging ik niet stappen, maar tafeltennissen.”

Toen één van zijn dochters wilde tafeltennissen zette hij de jeugdafdeling op. Dochterlief ging na een jaar toch liever turnen. Ook zijn zoon probeerde het een jaartje. Hun vader bleef vijftien jaar betrokken bij de jeugdafdeling.

In 2014 waren er te weinig jeugdleden om door te gaan. Toen Stapels drie jaar geleden stopte met werken, overwoog hij opnieuw een jeugdafdeling te starten, maar het werd een 55-plus-groep. “We spelen van half drie tot vier met twee keer koffiedrinken. Het is heel erg leuk.” De meesten zijn rond de zeventig. “Tot vorige week was ik de jongste.”
Dat de anderen geen gelijkwaardige tegenstanders zijn, maakt Stapels niet uit.

“Het is dan de kunst om de bal zo te geven dat de ander hem terug kan geven.”