Afbeelding

Opmerkelijk besluit

Column 747 keer gelezen

In de jaren negentig was ik steevast Zwarte Piet - zo heette dat toen nog - op de openbare school in Zevenhuizen. Het verkleden en schminken gebeurde thuis bij de familie Bensen aan de Leliestraat. Ik kende hen goed, want ook via de toneelclub hadden we goede banden.

Begin 1996 werd ik Afdelingshoofd Dienstverlening en kwam ik in het managementteam van de gemeente. Precies tijdens die overgang werd ik behoorlijk ziek en pas na een paar maanden begon ik aan mijn nieuwe job. Om de draad op te kunnen pakken las ik snel de besluitenlijsten van het college door.
Als voormalig bureauhoofd Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening viel mijn oog op een opmerkelijk besluit. Er zou een stuk plantsoen worden verkocht aan de heer Bensen voor het bouwen van een woning met kantoorruimte. Ik kende de locatie en wist dat het bestemmingsplan daar was aangepast. Een idee van de stedenbouwkundige. Wat mij verbaasde, was dat het stuk grond was verkocht aan iemand die niet op een wachtlijst stond en zonder openbare inschrijving had plaatsgevonden. In mijn vorige functie pleitte ik daar stevig voor omdat ik wist hoeveel belangstelling er was voor dergelijke percelen.
Beschuldigingen van vriendjespolitiek lagen voor de hand en ik besloot mijn vroegere leidinggevende te waarschuwen. Hij vertelde mij dat de heer Bensen bij burgemeester Schoots op bezoek was geweest om de intocht van Sint-Nicolaas voor te bespreken. Bensen had laten vallen dat hij belangstelling had voor dat stuk grond en Schoots had meteen het afdelingshoofd erbij geroepen. Het was in een vloek en een zucht geregeld. “Het levert de gemeente flink geld op en de burgemeester wil nou eenmaal graag tegemoetkomen aan wensen van burgers”, zei hij.
Mijn waarschuwing voor beschuldigingen van vriendjespolitiek nam hij luchtig op. “We hebben nog geen wachtlijst voor woningen met kantoorruimte, dus het staat de gemeente vrij om te verkopen aan wie zij wil,” zo wierp hij tegen. De wachtlijst was inderdaad alleen voor woningbouwpercelen en daarom liet ik het bij mijn waarschuwing.

Geruime tijd later ging de telefoon. De telefoniste zei dat de heer Onderlei mij graag wilde spreken over grondverkopen. Ik wimpelde het resoluut af. De naam zei mij niets en ik werkte nu op een andere afdeling. Zij verwees hem naar mijn opvolger. Hoe dit afliep leest u in de volgende kroniek.

(de kronieken zijn gebaseerd op ware gebeurtenissen; namen van burgers en ambtenaren zijn gefingeerd)