Afbeelding

Jacquetje

Column 598 keer gelezen

Langs de Rotte, vlak bij buurtschap De Vijfhuizen, ligt bungalowpark De Bonk. Een mengelmoes van individuele percelen in particulier bezit en meerdere huurpercelen die eigendom zijn van een ‘grootgrondbezitter’. Voor dit gebied was een oud bestemmingsplan van kracht dat tijdens de Tweede Wereldoorlog was vastgesteld door de toenmalige oorlogsburgemeester. De tijd van de éénhoofdige leiding. We werkten aan een nieuw bestemmingsplan, waarin we – net als in het oude – geen permanente bewoning toestonden. Ook mochten de huisjes amper vergroot worden. 

Dat ondervond een eigenaar uit Rotterdam, die een vergunning aanvroeg voor een flinke uitbouw van zijn zomerwoning. Hij diende het plan persoonlijk bij mij in en hield een gepassioneerd betoog, dat erop neerkwam dat hij over een paar jaar wilde stoppen met werken en dan graag weg wilde uit het centrum van Rotterdam.

Ik wees hem op de regels en zei dat hij kansloos was. Hij zette de aanvraag toch door en ging ook bij de gemeenteraad in beroep tegen de weigering van de vergunning, maar ook daar ving hij bot, ondanks zijn keurige pleidooi. Toen hij een bescheidener plan indiende, werd dat wél gehonoreerd.

In 1987 ging ik trouwen en ik had een jacquet en een hoge hoed nodig. Voor de bruid werden uiteraard kosten noch moeite gespaard om haar van een fraaie trouwjurk te voorzien, maar voor een bruidegom gelden vaak andere regels. Ook voor mij. Ik ging een outfit huren bij een kledingverhuurbedrijf in Rotterdam. Bij het passen werd ik geholpen door een keurig echtpaar op leeftijd. Ik dacht de man ergens van te kennen en dat bleek te kloppen. Na een korte kennismaking bleek hij de man te zijn die dankzij mij geen bouwvergunning had gekregen. Half schertsend zei hij: “Die bouwvergunning, daar heb ik best een jacquetje voor over hoor.” Ik sloeg het aanbod uiteraard af met een grapje en betaalde keurig.

Vele jaren later woonde het stel permanent in hun keurige zomerhuisje en integreerde prima in Zevenhuizen. Ze hadden hun winkel opgedoekt en wat kleding overgedragen aan cultureel Zevenhuizen. Ik kwam ze weer tegen bij de musicalclub waar ik ook bij speelde. Het waren lieve en vriendelijke mensen. We hadden fijn contact en van enige rancune is nooit sprake geweest. Kijk, zo kan het ook.

(de kronieken zijn van de hand van Hans Sytsema en gebaseerd op ware gebeurtenissen; namen van burgers en ambtenaren zijn gefingeerd)