Afbeelding

Dakkapellen-ellende

Column 938 keer gelezen

Dakkapellen zijn lelijke puisten op onze zo fraaie rijtjeshuizen. Dat was - in een notendop - de gedachte van de Welstandscommissie. In de eerste jaren waarin ik bouwaanvragen beoordeelde, moest ik om de haverklap aanvragers teleurstellen omdat de Welstandscommissie die bouwwerken zo klein mogelijk wilde houden. Aan de voorkant vond de commissie dertig procent van de woningbreedte echt het maximum. Aan de achterkant vijftig procent. 

Zelf vond ik het een beetje onzinnig, maar mij was ingeprent dat de adviezen van de Welstandscommissie móesten worden opgevolgd. Dit leidde vaak tot discussies met inwoners die vonden dat hun zolderruimte veel beter benut kon worden met een wat grotere dakkapel. Zo kreeg ik een aanvraag op mijn bureau voor twee dakkapellen aan de Burgemeester Boerstraat van een zeer goede bekende, met wie ik in een tennisteam zat en vaak trainde. Ook deze aanvraag behelsde te grote dakkapellen en pas na aanpassing van de tekeningen werd de bouwvergunning verleend. 

Daarmee leek de kous af tot ik een rapport op mijn bureau kreeg van Bouw- en Woningtoezicht. De dakkapel aan de voorzijde was veel groter gebouwd dan mocht. Er zat niks anders op dan mijn goede tennismaat aan te schrijven dat hij het bouwwerk deels moest afbreken en verkleinen. Zijn reactie op de aanschrijving was emotioneel. Daarnaast had hij ook nog een bijzonder goed argument. Schuin tegenover hem woonde een raadslid dat een nog een veel grotere dakkapel had laten bouwen. En die was ook nog eens zichtbaar vanaf de openbare weg. Ik zat danig met de kwestie in mijn maag, zeker omdat ik het in mijn hart met hem eens was. 

Na lang zoeken en nadenken kwam ik tot een slimmigheidje waarmee ik voor eens en altijd een einde aan de dakkapellen-ellende wilde maken. Ik adviseerde het college om ruime maximale percentages voor dakkapellen in het bestemmingsplan op te nemen, waardoor – zo had ik ontdekt – de Welstandscommissie buitenspel stond. Het college ging akkoord en vooruitlopend op deze regeling hoefde mijn maatje zijn dakkapel niet af te breken.

Vele jaren later kocht ik het huis van mijn tennismaat en kon ik profiteren van die dakkapel. Inmiddels heb ik hem vervangen door een nog grotere. Eind goed al goed!

(de kronieken zijn van de hand van Hans Sytsema en gebaseerd op ware gebeurtenissen; namen van burgers en ambtenaren zijn gefingeerd)