Ingrid en Jan bij de groenstrook die ze samen en op eigen kosten onderhouden.
Ingrid en Jan bij de groenstrook die ze samen en op eigen kosten onderhouden. Robbert Roos
Met fotoreportage

Groene vingers fleuren al ruim 30 jaar de buurt op

Algemeen

We eten, drinken, slapen, werken, zorgen en rusten. We hebben een baan of niet (meer), kinderen of niet (meer thuis), hobby’s en huisdieren. Voor de rubriek Dagelijkse kost loopt Hart van Holland een stukje mee met mensen die elke dag doen wat ze moeten doen en daar plezier in hebben. Deze keer: Ingrid Andeweg-Reiff en Jan Cevat die samen een groenstrook onderhouden. En dat al ruim 30 jaar.

Hoeveel uur Ingrid Andeweg-Reiff en haar partner Jan Cevat per jaar met hun groene vingers in de aarde zitten weten ze niet, maar dat het er veel zijn is wel duidelijk. En niet zonder resultaat, de langgerekte groenstrook langs hun woning staat er tiptop bij. Sterker nog, de hele buurt fleurt ervan op. Al ligt de groenstrook die Ingrid en Jan onderhouden een beetje verscholen, veel mensen weten de groene oase in de buurt te waarderen. “Ik krijg regelmatig complimenten van passanten”, vertelt Ingrid. “Maar er is niemand die zegt ‘kom, ik help je een handje’. Nu redden we het nog wel samen, maar er komt een tijd dat dat echt niet meer lukt.” Toen Ingrid en haar toenmalige man Gert begin jaren 70 vanuit een flat in Ommoord in Zevenhuizen kwamen wonen was voor hen al snel duidelijk dat ze nooit meer weg wilden. “Ik stoorde me alleen aan de strook met onkruid, hondenpoep en brandnetels naast ons huis. Niet echt een plek om kinderen te laten spelen. Ik besloot de strook zelf op te knappen.” Ingrid werkte toen in het onderwijs en de groenstrook werd een echte uitlaatklep.

Na het overlijden van Gert kreeg Ingrid een relatie met Jan. “Ik leerde hem kennen op een koor en ging in het weekend weleens mee als hij in de duinen wilde planten inventariseerde voor Floron, een stichting die het onderzoek naar het voorkomen van wilde planten in Nederland coördineert”, licht ze toe. “Ik deed en doe alles op gevoel. Jan weet echt waar hij het over heeft.” Die mix zie je ook terug in de groenstrook. Bomen en struiken wisselen elkaar af met uitbundig bloeiende planten en hier en daar wat plukfruit. Als je goed kijkt, zie je zelfs een vijgenboom. “Veel planten komen uit onze eigen tuin, of krijgen we van anderen”, licht Ingrid toe. “Maar de meeste planten en materialen worden aangeschaft uit eigen middelen. Ik ben ooit benoemd tot groenbuddy door de gemeente. Later hoorde ik dat ze dat project weer hebben opgeheven, maar daar heb ik persoonlijk nooit iets van vernomen. Officieel ben ik het dus nog steeds.” Al geeft de groenstrook veel voldoening, soms is er ook klein leed. “Sommige mensen denken dat ze alles mee kunnen nemen. Zaadbollen van bloemen die gewoon met een schaar afgeknipt en meegenomen worden, of de rabarber die nu al voor het derde jaar op rij stiekem geoogst wordt voordat ik het zelf kan gebruiken. Het is onzin om voor zoiets camera’s op te hangen, maar je kunt toch op zijn minst vragen of je het mee mag nemen?” Toch laten Jan en Ingrid zich er niet door uit het veld slaan. Maar op de vraag hoelang ze er nog mee doorgaan, laat het antwoord even op zich wachten. “We doen het nog steeds met plezier, maar de jaren beginnen te tellen en dus zou een paar extra handjes erg fijn zijn.”

In de groenstrook van Ingrid en Jan zijn veel verschillende soorten te ontdekken zoals deze verbena.
Afbeelding
Stokrozen in mooie zachte kleuren
Ook aan de insecten is gedacht.
Japanse Anemoon.
Een pastelkleurige stokroos.
Phlomis of brandkruid.
Een acanthus met verschillende kleuren.
De strook slingert tussen het water en de woningen door.
Af en toe komt u een 'vreemd' figuur tegen.
Het snoeiafval wordt gebruikt om de kant te versterken.
Er staan ook siergrassen in de groenstrook.
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding