De post 'fokzeug Sytsema'

In mijn beginjaren bij de gemeente Zevenhuizen kreeg ik een telefoontje van de telefoniste. “Hans”, zei ze schaterend van het lachen, “ik heb iemand die een biggetje bij jou kwijt wil.” Meteen na deze woorden hoorde ik een klik en was ik doorverbonden met de heer Hammeman. Bij zijn woning aan de Knibbelweg was een big komen aanlopen. De big was niet gemerkt, waardoor Hammeman geen idee had waar het dier vandaan kwam. Hij had wel wat mensen gebeld, maar die wisten van niets. Hammeman wist mij te vertellen dat de gemeente verantwoordelijk is voor gevonden voorwerpen en dus, zo zei hij, was het mijn probleem. 

Ik had geen flauw benul en beloofde hem dat ik het ging uitzoeken en dat ik hem nog dezelfde dag terug zou bellen. Helaas bestond er nog geen Google, dus ik moest snuffelen in wetboeken en overleggen met collega’s. Conclusie: het was inderdaad ons probleem. Wij moesten het gevonden voorwerp in bewaring houden en de eigenaar zien op te sporen. Als dat niet binnen twintig jaar zou lukken werd de vinder eigenaar.

Leuk bedacht van de wetgever, maar hoe doe je dat met een big van een paar weken oud? Ik belde Hammeman en sprak met hem af dat hij de big zou verzorgen tot deze slachtrijp was en daarna zou verkopen. De opbrengst minus zijn kosten ging naar de gemeente. Wij hielden dat geld in kas en zouden het na verloop van de termijn aan hem uitbetalen. Wij plaatsten uiteraard nog een advertentie in de toenmalige Dorpskrant, maar daar reageerde niemand op.

Zo’n vijftien jaar later stelde een raadslid bij de begrotingsbehandeling een vraag over de post ‘fokzeug Sytsema’. Hij vroeg zich af wat daarmee bedoeld werd. Nadat het gegniffel was weggeëbd, legde het hoofd financiën uit dat het een gevonden biggetje betrof, en niet mijn echtgenote. Ik hoopte vurig dat dit verhaal mijn Anne niet zou bereiken maar had geen rekening gehouden met de journalist van Hart van Holland. Het voorval kwam in de krant met een tekening van een guitig varkentje…

Wij moesten de
gevonden big in
bewaring houden en de eigenaar zien
op te sporen

Vijf jaar later werd ik gebeld door Hammeman met de vraag of ik zijn geld wilde overmaken. Dit hebben wij uiteraard gedaan met rente op rente. Eind goed al goed, behalve voor het biggetje.

(de kronieken zijn van de hand van Hans Sytsema en gebaseerd op ware gebeurtenissen; namen van burgers en ambtenaren zijn gefingeerd)