Gezond verstand
In de vroege jaren tachtig had ik ook een functie waar je tegenwoordig spontaan een cursus ‘weerbaarheid tegen lobby’s’ bij zou krijgen: secretaris van de bezwaar- en beroepschriftencommissie, die uitsluitend uit raadsleden bestond. Een degelijke titel voor iemand die vooral moest uitleggen waarom iets níét mocht.
Het dossier dat me erg goed is bijgebleven, draaide om een paardenhoudster met grootse plannen. Ze wilde een woonhuis bouwen bij haar paarden. Op zich sympathiek - wie wil er niet wakker worden met uitzicht op een wei? Er kleefde echter één klein juridisch probleempje aan: volgens de regels mocht er alleen een bedrijfswoning komen als sprake was van een volwaardig bedrijf. En hoe je het ook wendde of keerde, dat was hier niet het geval. Bovendien stonden de buren al in de startblokken om bezwaar te maken tegen alles wat bewoog, inclusief waarschijnlijk de paarden zelf.
Mijn advies was dan ook helder: vergunning weigeren. Punt. Maar ja, helderheid is geen garantie voor populariteit. Tijdens de hoorzitting werd er flink op de emoties gespeeld en ook buiten de vergaderzaal was er stevig gelobbyd. De commissieleden begonnen te schuiven. Misschien toch een opening? Misschien een creatieve oplossing?
Ik hield mijn rug recht en zei: “Ik kan er geen juridische draai aan geven, maar als u het echt wilt, dan schrijf ik het op.” Zo belandde een advies op tafel waarvan ik zelf al aankondigde dat het niet klopte. Dat is een merkwaardige constatering: professioneel iets opschrijven waarvan je hoopt dat niemand het serieus neemt.
Daar bleef het niet bij. In een kleine gemeente was je in die tijd als ambtenaar een soort manusje van alles: ik moest ook het college adviseren. Mijn advies: volg de commissie vooral níét. Intussen ging het gerucht dat de gemeenteraad wél van plan was de vergunning te verlenen. Toen ben ik maar eens bij de burgemeester binnengestapt met de vriendelijke doch dringende mededeling dat hij mogelijk een onrechtmatig besluit moest tegenhouden. Voor de zekerheid moest ik de stukken alvast klaarmaken om het besluit voor vernietiging voor te dragen bij de Kroon.
De raadsvergadering werd een verhitte bedoening, maar uiteindelijk won het gezonde verstand het van de goede bedoelingen. Geen vergunning.
Enige tijd later stond ik bij het plaatselijke Chinese restaurant toen de zoon van de paardenhoudster me een biertje in de hand duwde. “Aan jou heeft het niet gelegen,” zei hij. Hij moest eens weten...
(de kronieken zijn van de hand van Hans Sytsema en gebaseerd op ware gebeurtenissen; namen van burgers en ambtenaren zijn gefingeerd)