
Een leven met werk, en niet andersom
Er was een tijd dat werk vrijwel automatisch het middelpunt van het leven vormde. Wat iemand deed, zei veel over wie hij of zij was. Het bepaalde het ritme van de week, de plannen voor de toekomst en gaf veel mensen vaak ook het gevoel van eigenwaarde. Tegenwoordig wordt die vanzelfsprekendheid steeds vaker ter discussie gesteld. Niet omdat werk onbelangrijk is geworden, maar omdat het niet meer àlles hoeft te zijn. Leven met werk, in plaats van werken om te leven.
Iemand merkte dat zijn baan steeds vaker onderwerp van gesprek was. Niet alleen op het werk, maar ook thuis en met vrienden. Wat begon als betrokkenheid, voelde langzaam als een versmalling. Alsof andere delen van het leven naar de achtergrond verdwenen. De vraag die zich aandiende was eenvoudig, maar niet gemakkelijk: “Wat blijft er over als mijn werk niet langer de hoofdrol speelt?”
Voor veel mensen gaat die vraag samen met een zoektocht naar zingeving. Niet iedereen voelt de behoefte om groots of maatschappelijk zichtbaar werk te doen om voldoening te ervaren. Zingeving kan ook zitten in betekenisvol bezig zijn, in het hebben van vrijheid en in het gevoel dat werk goed aansluit bij wat iemand zelf belangrijk en waardevol vindt. Dat kan zowel gelden voor praktijkgericht werk als voor een kantoorfunctie.
Die herwaardering van werk leidt volgens onderzoek van TNO steeds vaker tot het maken van andere keuzes. Het onderzoek Duurzame Inzetbaarheid laat zien dat vrijheid, zingeving, balans tussen werk en privé erg belangrijk zijn voor plezier in je werk op lange termijn en een goede gezondheid. Sommige mensen besluiten daarom minder uren te gaan werken. Niet uit gebrek aan ambitie, maar juist om energie te behouden voor wat zij belangrijk vinden buiten het werk. Opvallend is dat minder werken lang niet altijd leidt tot minder betrokkenheid. Integendeel: wie bewust kiest voor balans, werkt vaak gerichter en met meer plezier.
Anderen kiezen volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en arbeidsmarktanalyses juist voor meer variatie in plaats van vermindering. Ze combineren meerdere banen of rollen: een vaste baan naast freelance werk, lesgeven naast een uitvoerende functie, of betaald werk afgewisseld met ondernemerschap. Deze zogeheten portfolio-carrière maakt het mogelijk om verschillende talenten te benutten en minder afhankelijk te zijn van één identiteit of werkgever.
Wat al deze keuzes gemeen hebben, is dat werk niet langer de enige bron van betekenis hoeft te zijn. Mensen ontlenen hun identiteit ook aan zorg voor anderen, aan creativiteit, aan vrijwilligerswerk of aan vrije tijd. Werk blijft belangrijk, maar wordt één van de pijlers, in plaats van het fundament.
Werk hoeft niet langer de enige bron van betekenis te zijn
De verschuiving vraagt ook iets van werkgevers. Steeds meer organisaties zien dat flexibiliteit, ruimte voor maatwerk en aandacht voor levensfasen bijdragen aan gemotiveerde medewerkers. Niet door werk kleiner te maken, maar door het beter te laten aansluiten bij het leven dat mensen leiden.
Werk dat bij iemands leven past, kent geen vast recept. Voor de één betekent het minder uren, voor de ander meer afwisseling of juist meer rust. Wat het vooral vraagt, is ruimte om opnieuw te kijken en bij te stellen. Want wie werk inricht rondom het leven, vergroot de kans op duurzame voldoening, vandaag en op de lange termijn.
(tekst en foto: Robbert Roos)