Stickerbeleid en dreigtelefoontje
Soms lijkt beleid abstract. Een dossier, een besluit, een collegevoorstel. Tot het ineens heel persoonlijk wordt.
Begin jaren negentig werd het rond de Zevenhuizerplas drukker en drukker. De wijk Zevenkamp was net voltooid en de Strandweg liep niet door tot de Wollefoppenweg. Het gevolg laat zich raden: in de zomermaanden veranderde de smalle Vlietkade in een racebaan. Het was een komen en gaan van naar verkoeling snakkende badgasten, vaak met een surfplank op het dak. Bewoners klaagden steen en been. En terecht.
Er moest iets gebeuren. Mijn voorstel was even simpel als doeltreffend: sluit de weg af voor doorgaand autoverkeer en werk met ontheffingen. Oud Verlaat zou zo bereikbaar blijven voor haar bewoners en ook anderen met een aantoonbaar belang konden een ontheffing krijgen. Het college ging akkoord.
We pakten het zelfs een beetje stijlvol aan. De lokale drukkerij Elgersma maakte fraaie stickers in gemeentekleuren. Die moesten op de voorruit van de auto. We gingen een paar keer in wijkgebouw De Vierkap zitten en verstrekten de ontheffingen tegen een bescheiden bedrag. Mijn insteek was ruimhartig: als we de recreanten maar weren, dan kwam het wel goed. Maar het college dacht daar strakker over. Het beleid moest helder en rechtvaardig zijn en dus ook beperkt. Ook de brandweermannen kregen een sticker. Uiteraard niet langer dan zij in dienst waren. Logisch, zou je zeggen. Maar juist daar ging het mis.
Op een zaterdag, tussen twee tennispartijen in Moerkapelle door, werd ik gebeld door mijn hoogzwangere vrouw. Ik moest onmiddellijk naar huis komen. Ze had de telefoon opgenomen en in dat gesprek werd ik bedreigd. Een Zevenhuizense brandweerman die net leeftijdsontslag had gekregen, had geen nieuwe sticker gekregen. Hij was geboren en getogen in Oud Verlaat en was razend. Ik moest het maar regelen had hij gezegd, 'want anders schoot hij me hartstikke dood'.
Thuis hoorde ik het verhaal nog eens aan. Ik kende de man goed genoeg om te weten dat dit geen serieuze bedreiging was, maar eerder een uit de hand gelopen frustratie. Toch is relativeren lastig als je vrouw hoogzwanger is en net zo’n telefoontje heeft aangenomen. Ik belde hem op. Nog voordat ik mijn zin had afgemaakt, begon hij al te stamelen dat het een grapje was geweest. Excuses volgden direct. Mijn vrouw luisterde mee en kon opgelucht ademhalen.
Als ik tegenwoordig lees wat bestuurders en ambtenaren via sociale media over zich heen krijgen, denk ik daar nog wel eens aan terug. Was het nog maar zo simpel op te lossen.
(de kronieken zijn van de hand van Hans Sytsema en gebaseerd op ware gebeurtenissen; namen van burgers en ambtenaren zijn gefingeerd)