De 100e, het einde ...?
Hoera! Dit is mijn honderdste kroniek. Tenminste, officieel. Wie de moeite zou nemen om ze allemaal terug te tellen, komt waarschijnlijk niet verder dan 99. Dat heeft een eenvoudige verklaring: één kroniek heeft de eindstreep nooit gehaald. Die sneuvelde onderweg door de censuur. En eerlijk is eerlijk, geheel onterecht was dat niet. Laten we het erop houden dat mijn enthousiasme die keer iets groter was dan mijn diplomatieke gevoel.
Toen ik bijna vier jaar geleden met de redactie van deze krant afsprak dat ik honderd kronieken zou schrijven, leek dat een indrukwekkend aantal. Inmiddels zijn we honderden herinneringen, anekdotes en dwaalsporen verder en is het moment gekomen om eens terug te kijken.
Ik heb het schrijven altijd met veel plezier gedaan. Minstens zo leuk waren de reacties die ik vrijwel na elke publicatie kreeg. In de supermarkt, op straat, in de sportschool of langs de tennisbaan werd ik regelmatig aangesproken. Vaak hoorde ik dat mensen iets herkenden uit hun eigen verleden of dat ze de kroniek met een glimlach hadden gelezen. Dat is natuurlijk precies waar je het voor doet.
Kritiek kreeg ik overigens ook weleens, al kwam die zelden rechtstreeks bij mij terecht. Voormalige bestuurders vonden soms dat hun rol in mijn verhalen wat onderbelicht bleef. Die boodschappen bereikten mij meestal via via. Mijn antwoord was altijd simpel: ik schrijf vanuit mijn eigen perspectief. Wie zijn eigen rol uitgebreider beschreven wil zien, adviseer ik zelf de pen ter hand te nemen. Gelukkig kon ik daarbij altijd rekenen op de steun van de redactie. Daar ben ik hen nog steeds dankbaar voor. En als ik toch bezig ben met bedanken, mag één naam zeker niet ontbreken: mijn neef en pleegzoon Jouri Bakker. Als journalist nam hij op mijn verzoek het redigeren van mijn kroniekjes voor zijn rekening. Vooral in het begin was dat bepaald geen eenvoudige klus. Deze voormalige ambtenaar was er namelijk heilig van overtuigd dat hij prima een populaire column kon schrijven. Het resultaat was vaak een oerwoud van wollig ambtelijk taalgebruik, waar zelfs een doorgewinterde lezer een kapmes voor nodig had. Als een geduldige docent heeft Jouri mij geleerd korter, directer en vooral leesbaarder te schrijven.
En nu? Nu is de magische grens van honderd bereikt. De afspraak is nagekomen. Maar helemaal stoppen voelt toch nog wat vroeg. Daarom heb ik besloten er nog een paar aan vast te knopen. Geen honderd meer, maar elf. Dat wordt een mooi getal: 111. Dus de komende maanden zal ik u nog proberen te vermaken met mijn verhalen. En voor degenen die zich daar mateloos aan ergeren heb ik een uitstekend advies: sla de pagina gewoon om. Dan mist u hooguit nog elf keer de kans om zich te ergeren.
(De kronieken zijn van de hand van Hans Sytsema en gebaseerd op ware gebeurtenissen; namen van burgers en ambtenaren zijn gefingeerd)