
‘Weergaloze' goalie is uitgekeept
HOCKEY
Nieuwerkerk aan den IJssel – Hij bleef bloedfanatiek tot het einde, dus was het voor Pascal Martens geen enkel probleem dat hij tijdens de laatste competitiewedstrijd tegen Pijnacker (2-1 winst) in het Nieuwerkerkse doel mocht blijven staan.
“Ik wilde vandaag óók winnen, wat dat betreft was het een wedstrijd zoals alle andere”, zei de afscheidnemende doelman. ”Ze hadden mij geen plezier gedaan met wisselen. Bovendien: we hadden geen andere keeper op de bank”, grinnikte hij.
Martens was toen al de prooi geworden van jeugdige handtekeningenjagers van de club. “Ik kan hier alleen maar van genieten. Ook van die spandoeken die de jeugdspelers hebben gemaakt en die langs het veld hingen. Het is écht een superafscheid.”
Dat hij nog een belangrijke rol speelde in de 2-1 zege van zijn ploeg, die scoorde via Julius Robbemont en Stijn Groothuis, deed hem goed. “Ik heb veertien jaar in het eerste team gespeeld. Ik heb van elk seizoen genoten.” Dat zei hij ook na afloop tegen zijn ploeggenoten die hem een ingelijst shirt met naam cadeau deden. Aanvoerder Groothuis noemde de 36-jarige goalie ‘de betrouwbaarheid zelve’, Robbemont had het zelfs over een weergaloze goalie.
“Ik heb de afgelopen jaren best wel getwijfeld of ik moest doorgaan”, zei Martens. “Het lichaam begon te protesteren. Maar elk jaar sloeg de balans door naar doorgaan. Omdat er een superteam stond.”
“Topkeeper, topmens”, vatte Joël Waasdorp, die volgend seizoen de oudste speler is van De IJssel, Martens samen. “Hij straalde rust uit en was, naast zijn sterke reflexen, sterk in de coaching. Hij zette de verdediging echt neer. Hij was lief voor de ploeg en soms ook hard, als het moest.”
Vincent Martens, die zondag na één seizoen afzwaaide als hoofdcoach van De IJssel, sprak vol bewondering over zijn oudere broer. “Het team kon altijd op hem leunen. Je zag het vandaag ook weer: die gasten gaan door het vuur voor hem. Die 2-2 mocht niet vallen.”
Paul Martens, vader van Vincent en Pascal, herinnert zich nog goed dat zijn oudste zoon al snel keeper werd. “De rest van het spel had niet zo zijn interesse. Hij wilde ballen stoppen. Als hij vond dat hij een fout had gemaakt, waren zijn zondag én maandag verpest.”
“Als keeper wil je altijd de nul houden”, reageerde de afscheidnemende goalie, die tevens de huis-dj is van De IJssel. “Maar ik wilde vooral winnen. Dat is nooit veranderd.”