
Moerkapelle, Moordrecht, Nieuwerkerk aan den IJssel en Zevenhuizen nemen afscheid van zelfstandigheid met theater
Algemeen 116 keer gelezenDe fusiegemeente Zuidplas bestaat sinds 2010. In het najaar van 2009 namen de gemeenten Nieuwerkerk aan den IJssel, Moordrecht en Zevenhuizen-Moerkapelle afscheid van hun zelfstandigheid. Dat deden ze onder andere met theater. Met een duidelijke verwijzing naar hun verleden, vanuit de vraag ‘Waar komen we vandaan?’
In Moordrecht werd een gigantisch theaterspektakel op touw gezet. Letterlijk, want de titel van de musical die werd opgevoerd op het dorpsplein achter de Dorpskerk luidde ‘Touw’. Het was een verwijzing naar de tijd waarin het dorp bekendstond om haar touwslagerijen.
De première moest vanwege regen worden afgelast. Maar later was het wel raak, en hoe! Na maanden van voorbereiding werd het stuk, dat speelde rond 1855, vijf keer opgevoerd door vijftig spelers met hulp van veel vrijwilligers eromheen. Het publiek genoot van het liefdesverhaal van Klaas en Bregje, tegen de achtergrond van de tegenstelling tussen de rijke elite en de arme, uitgebuite inwoners. “Hier praten de mensen over twintig jaar nog over”, glunderde regisseur Jaap Bron na de eerste officiële voorstelling.
Turf
In Zevenhuizen werd het publiek meegenomen naar de middeleeuwen. Het werd een mengeling van musical en andere activiteiten, uitgevoerd in een loods aan het Zuideinde, die werd omgebouwd tot middeleeuws dorp. De makers noemden het ‘een totaaltheaterstuk’. Scenarioschrijver was Pouw Hofman.
Zevenhuizen is van oorsprong een dorp van turfstekers. Vandaar de titel ‘Turf’. Het stuk speelde in de veertiende eeuw. “Er waren tribunes voor 400 mensen, middeleeuwse kraampjes, er speelde een band en het landhuis Huis ter Duyn was nagebouwd”, blikte regisseur Esther Erdtsieck-Blaaser jaren later in het AD terug. “Een liefdesverhaal werd leidend. Een rijke leenheer in een landhuis en zijn dienstmeisje werden verliefd op elkaar. We speelden het stuk drie avonden en een middag.”
D66-fractieleider en Tweede Kamerlid Alexander Pechtold nam een kijkje achter de schermen tijdens een bliksembezoek in zijn verkiezingscampagne.
Onder NAP
In Nieuwerkerk aan den IJssel werd gekozen voor ‘Onder NAP’. Een verwijzing naar het laagste punt van Nederland in Nieuwerkerk aan den IJssel én naar het jaar 1811, waarin Napoleon Bonaparte bij zijn bezoek aan Nederland over de ’s-Gravenweg reed. Dat historische feit was vroeger al in herinnering gebracht door distilleerderij De Keizer aan dezelfde ’s-Gravenweg. Die naam verwees naar de tijd van de Franse overheersing van ons land en naar keizer Napoleon.
‘Onder NAP’ werd een aaneenschakeling van optredens langs een Nieuwerkerks deel van de ’s-Gravenweg. Koren en muzikanten traden op diverse locaties op. Er waren toneelsketches en een Franse markt. Jongeren van Fabia Dance Center toverden toenmalig jongerencentrum Taverna om tot een weeshuis voor arme kinderen, die dansten op het Franse nummer ‘Voyage’.
In de lokale pers was veel publiciteit geweest. Dat lokte duizenden nieuwsgierigen naar de ’s-Gravenweg. De apotheose was de intocht van Napoleon, zijn vrouw Marie Louise en hun gevolg met paarden en koetsen. Marie Louise werd gespeeld door Tamara van Ark, toen wethouder van Nieuwerkerk en later staatssecretaris en minister in het kabinet Rutte III. En Napoleon? Tja, ze zochten een klein mannetje… Dat werd ik. En de bedenker van ‘Onder NAP’? Dat was ik ook. Maar de echte ‘productietijgers’ waren Agnes den Hartogh en Patricia van Schaick.




















