
De playbackwedstrijd
ColumnHet leek zo’n gezellig idee, jurylid zijn bij de jaarlijkse playbackwedstrijd op de camping. Mijn echtgenote Anne, een goede vriend en ik hadden direct ‘ja’ gezegd toen we werden gevraagd. Een leuke dag in het zonnetje, wat kon er misgaan? Ik was bestuursadviseur van het Recreatieschap dat in naam eigenaar was van het complex, maar feitelijk had ik er niks mee te maken en niemand kende mij daar als ambtenaar, dus het leek vooral een ontspannen uitje.
Vanaf het begin was het genieten: Hazes, Queen, van alles kwam voorbij. De sfeer zat er goed in en het publiek deed enthousiast mee. Op een gegeven moment betraden een vader en zijn dochter het podium met ‘Niemand laat zijn eigen kind alleen’ van Willy en Willeke Alberti. De hele tent ging uit z’n dak, een daverend applaus. Maar eerlijk is eerlijk, als jury waren wij niet overdonderd. De act was wat krampachtig en de lipsync liet te wensen over. Aardig geprobeerd, maar niet bijzonder.
Tijdens de pauze hoorden we dat deze vader een populaire campinggast was, die nog nooit had meegedaan en nu eindelijk durfde. Tja, dat verklaarde het applaus. Maar een jury moet natuurlijk eerlijk zijn. Dan was er nog dat duo met het lied uit Belle en het Beest: een imposante man en een dame die het prachtig vertolkten. Alles klopte: de timing, het spel, de chemie. Maar het dilemma: de man kenden wij goed van onze musicalclub. Toch kon het niet anders, zij waren gewoon de beste.
Toen we de uitslag bekendmaakten, sloeg de stemming om. Gejoel, boegeroep, een tik op mijn wang van een boze zwager, en zelfs een echte klap voor ons collega-jurylid. Ineens stonden we midden in een campingrel, omringd door fans van Willy en Willeke die vonden dat hun act moest winnen. Het ‘Beest’, nog steeds in kostuum en gewapend met zwaard, sprong tussenbeide en leidde ons naar een veilige ruimte. Daar stonden we dan, juryleden in nood, beschermd door een sprookjesfiguur. Toen na een half uur de gemoederen wat bedaard waren werden we snel onder begeleiding afgevoerd.
Maandagochtend heb ik op kantoor verteld wat er was gebeurd. Er werd een beetje meewarig om gegrinnikt. Anne en ik hebben ons lesje wel geleerd. Jurylid zijn is niet altijd een sprookje.
(de kronieken zijn van de hand van Hans Sytsema en gebaseerd op ware gebeurtenissen; namen van burgers en ambtenaren zijn gefingeerd)


















