Afbeelding
Kronieken van een ambtenaar

Het oog naar de hemel

Column

Soms begint een grootse visie met een klein verzoek. Burgemeester Jan Westendorp had besloten dat er een nieuw uitvaartcentrum moest komen. “Iets met uitstraling,” zei hij. Of ik een goede architect kende. Toevallig wel: Winy Maas, toen nog een rijzende ster aan het Rotterdamse firmament. Jan was meteen enthousiast en ik regelde een gesprek.

De klik was er direct. Twee mannen met ambitie, en dat mocht best wat kosten. Een paar maanden later presenteerde Winy in de gemeenteraad een plan dat zó visionair was, dat menigeen spontaan naar zuurstof hapte. De hele begraafplaats zou op de schop. Er kwamen speelplekken voor kinderen, leeshoekjes tussen de grafzerken, en een gebouw dat werd bekroond met een gigantische glazen koepel. “Het oog naar de hemel”, noemde hij dat, poëtisch als altijd. De overledene kon als het ware nog één laatste blik naar boven werpen.

De presentatie was meeslepend. Je voelde: dit wordt óf een meesterwerk óf een fiasco. Gelukkig nam raadslid John van der Eijk, doorgaans de nuchterheid zelve, het woord. Tot ieders verbazing was hij laaiend enthousiast. Dat werkte aanstekelijk. Binnen tien minuten was de hele raad overtuigd: Winy kon aan de slag met het voorlopig ontwerp.

En dat deed hij, met verve én met een begroting die drie keer zo hoog uitviel als Jan had gehoopt. “We bouwen geen kathedraal,” bromde de burgemeester. Exit Winy.

Daarna kwam een architect uit de antroposofische hoek. Die bouwde meer met gevoel dan met glas. Het budget was heilig, en het resultaat mocht er zijn: een degelijk gebouw, vriendelijk in de omgeving, met een klein extraatje. “Wie het condoleanceregister tekent,” zei de architect trots, “kijkt uit over het water dat in de verte verdwijnt.” Dat klonk prachtig, tot bleek dat ‘het water’ niet meer was dan een sloot achter een kas.

Nu, ruim twintig jaar later, staat het gebouw er nog steeds. Functioneel, bescheiden, en zonder glazen koepel die naar de hemel reikt. Misschien maar goed ook. In onze gemeente hoort de blik kennelijk niet omhoog, maar gewoon vooruit, over het water, naar dat boerenslootje in de verte.

(de kronieken zijn van de hand van Hans Sytsema en gebaseerd op ware gebeurtenissen; namen van burgers en ambtenaren zijn gefingeerd)

Uit de krant