Afbeelding
Kronieken van een ambtenaar

De Nacht die verdween

Column

Er was een tijd dat Zevenhuizen niet alleen bekendstond om zijn koeien, kerktorens en keurige ‘dorpsgewoel’, maar ook om een zeilevenement dat men tot ver buiten de dorpsgrenzen fluisterend besprak: de Nacht van Zevenhuizen. Een nacht vol zeilen, jenever en broodjes kroket op het verkeerde tijdstip. Het soort gezonde chaos dat alleen watersporters kunnen waarderen. Het hart van dat alles was de watersportvereniging bij de jachthaven aan de Rottemeren, ooit springlevend, later… nou ja, ‘lichtjes sleets’.

Rond de eeuwwisseling vond het Recreatieschap dat de boel wel wat eigentijdser mocht. Privatiseren, dat was het toverwoord. Een inschrijving werd geopend, maar niet voor iedereen. De lokale botenverhuur kreeg een vriendelijk doch beslist ‘nee’, want het Recreatieschap wilde niet dat één familie het hele Rottemerengebied onder de noemer ‘eigen speelgoed’ zou kunnen rangschikken.

De inschrijving werd gewonnen door een kapitaalkrachtige ondernemer met grootse plannen: een keten van moderne jachthavens door heel Nederland, waarvan Zevenhuizen het vlaggenschip zou worden. Mooie beelden, glanzende folders - het klonk als de toekomst. Totdat de toekomst besloot linksaf te slaan. De ondernemer kwam in financiële problemen, liet een zetbaas de boel bestieren en investeringen bleven beperkt tot wat ducttape en goede bedoelingen.

Toen ik net bij het Recreatieschap begon, schoof onze vastgoedman dit slepende dossier richting mijn bureau. “We hebben een probleem”, zei hij, op de toon die je normaal gebruikt voor wespennesten en lekkende dakgoten. De jachthaven verloederde, de erfpacht werd te laat betaald en tot overmaat van ramp deden geruchten de ronde dat de exploitant contacten had in de onderwereld. Niet de club waar je ontspannen een kopje koffie mee drinkt.

Toch besloten we dat wegkijken geen optie was. We gingen in gesprek, we schreven brieven met meer uitroeptekens dan me lief was, en na ruim anderhalf jaar bleek het licht aan het einde van de tunnel toch geen tegemoetkomende speedboot te zijn. De exploitant koos eieren voor zijn geld en besloot te verkopen. Met een slimme constructie via de notaris wisten we te voorkomen dat hij er met de koopsom vandoor ging zonder zijn schulden te voldoen.

De nieuwe ondernemer, een lokale kracht, ging voortvarend van start. Stukje bij beetje kwam de jachthaven weer tot leven. Geen duistere figuren meer, geen slapende dossiers, alleen water, boten en toekomstplannen. Ook de botenverhuur van de buurman werd overgenomen. 

Of de Nacht van Zevenhuizen ooit terugkeert? Dat weet niemand. Maar ach, misschien moeten we klein beginnen. Een Zwoele Zevenhuizense Zomeravond lijkt me een mooi opstapje.

(de kronieken zijn van de hand van Hans Sytsema en gebaseerd op ware gebeurtenissen; namen van burgers en ambtenaren zijn gefingeerd)

Uit de krant