Afbeelding

Waarom steeds meer jongeren kiezen voor een technisch beroep (en wat hen tegenhoudt)

Zakelijk-nieuws-landelijk

Na jaren van dalende interesse is er een voorzichtige kentering zichtbaar. Het aantal studenten dat kiest voor een technische mbo-opleiding stijgt licht: tussen 2024 en 2025 met 0,4%. Het is geen explosie, maar het is wel een trendbreuk in een sector die gewend was aan alleen maar slecht nieuws.

Wat trekt jongeren naar de techniek? En waarom haakt een deel alsnog af?

De aantrekkingskracht: werk genoeg

De arbeidsmarkt helpt. Wie nu een technische opleiding afrondt, heeft voor het kiezen. Meer dan 71.000 technische vacatures staan open, en meer dan de helft daarvan is moeilijk vervulbaar. Werkgevers bieden niet alleen een baan, maar ook opleidingsbudget, lease-auto’s en tekenbonussen. Voor een achttienjarige die twijfelt tussen economie en elektrotechniek kan dat verschil maken.

En het salaris is beter dan veel jongeren denken. Een startende installateur verdient al snel tussen de 2.500 en 3.000 euro bruto per maand. Met ervaring en specialisatie groeit dat door naar 4.000 euro en meer. Dat is vergelijkbaar met veel hbo-functies.

Wat jongeren tegenhoudt

Toch is 20.000 instromers lang niet genoeg. De sector verliest meer mensen door pensioen dan er bijkomen. En er zijn een paar hardnekkige barrières die de instroom remmen. De eerste is het beeld dat ouders en decanen hebben van techniek. Op veel middelbare scholen wordt techniek nog steeds gezien als iets voor leerlingen die “niet zo goed zijn in talen.” Dat is achterhaald. Moderne technische beroepen vragen om digitale vaardigheden, probleemoplossend vermogen en steeds vaker om kennis van software en data. Maar dat beeld is op veel keukentafels nog niet bijgewerkt.

De tweede barrière is zichtbaarheid. Jongeren kiezen wat ze kennen. De meeste kennen een dokter, een advocaat, een leraar. Maar wie kent er een werktuigbouwkundige? Een PLC-programmeur? Een klimaattechnicus? Die beroepen zijn onzichtbaar in de populaire cultuur, in series, in social media. Wat je niet ziet, kies je niet.

En dan is er de genderfactor. In het vmbo kiest 84% van de leerlingen bij het profiel techniek een richting die vrijwel volledig mannelijk is. Het aandeel vrouwen groeit wel, van 9% in 2015 naar 16% in 2024, maar het gaat langzaam.

Wat scholen en bedrijven proberen

Er gebeurt wel wat. Gastlessen van technici op middelbare scholen. Snuffelstages bij technische bedrijven. Campagnes die techniek zichtbaar maken via social media. Sommige regio’s organiseren techniekfestivals waar jongeren hands-on ervaring opdoen met lassen, programmeren en installeren. Het effect is meetbaar: de instroom stijgt. Maar het gaat langzaam, en lang niet overal even hard. In de Randstad is de concurrentie met andere sectoren groot. In krimpregio’s is het aanbod aan opleidingen kleiner.

De eerste baan als kantelpunt

De opleiding is één ding. De eerste werkervaring is minstens zo belangrijk. Jongeren die in een goed begeleid traject terechtkomen, blijven vaker in de techniek. Wie op dag één wordt losgelaten op een bouwplaats zonder begeleiding, haakt sneller af.

InWork begeleidt young professionals bij hun eerste technische baan. “We zien dat begeleiding in het eerste jaar het verschil maakt,” vertelt een medewerker. “Niet alleen op vakinhoud, maar ook op soft skills: hoe functioneer je in een team, hoe communiceer je met een opdrachtgever, hoe ga je om met werkdruk. Als je dat goed regelt, houd je mensen vast.”

Het gaat de goede kant op, maar te langzaam

De trend is positief. Meer jongeren kiezen voor techniek. Maar de stijging is te klein om het tekort weg te werken. Wat nodig is: betere voorlichting op scholen, meer zichtbaarheid van technische beroepen, en goede begeleiding in de eerste jaren na de opleiding. Techniek is niet meer het vangnet voor wie niet kon leren. Het is een bewuste keuze met goede vooruitzichten. Maar dat verhaal moet vaker verteld worden. En niet alleen door de sector zelf.

Uit de krant