Joop Albers bracht vorig jaar uit Santiago de Compostella al een Jacobsschelp mee terug.
Joop Albers bracht vorig jaar uit Santiago de Compostella al een Jacobsschelp mee terug.

Nieuwerkerker fietst ‘uit gemakzucht’ 2200 kilometer in spoor van pelgrims

Algemeen 143 keer gelezen

Nieuwerkerk aan den IJssel - Joop Albers (66) vertrekt zondag op de fiets naar Rome. De voormalige politieagent heeft altijd met veel plezier gewerkt, nu zoekt hij nieuwe uitdagingen. Een pelgrimstocht maken op de fiets kan hij iedereen aanraden.

Door Annette van den Berg

Na 45 jaar werk bij de politie - de laatste acht jaar bij de afdeling Moordzaken Rotterdam - kon Albers in december 2024 de dienst verlaten. Ter afsluiting van zijn werkzame leven wilde hij iets doen dat hij nooit eerder had gedaan. Hij besloot op de fiets naar Santiago de Compostella te gaan. “In de eerste plaats voor de sportieve uitdaging. En ik wil graag mensen ontmoeten en ervaringen uitwisselen.” De tocht naar Spanje maakte hij op de e-bike. Voor Italië heeft hij een nieuwe toerfiets gekocht met twintig versnellingen. “Dat wordt een uitdaging. In tijd maakt het weinig uit of je een gewone fiets gebruikt of een elektrische.”

Dat Albers via oude pelgrimsroutes fietst, is vooral gemakzucht. “Die routes bestaan al.” Het volgen ervan heeft voor Albers geen religieuze of spirituele betekenis, toch heeft hij bij de tocht naar Santiago bij elke stop een stempel gehaald in een kerk of gemeentehuis.

Ook dit jaar wil Albers bij elke stop een stempel halen. De tocht gaat via Roermond, Koblenz en Garmisch-Partenkirchen. In Italië fietst hij via Toscane naar Rome.
De eerste overnachting in Groesbeek is de enige die hij al geregeld heeft: een adres van Vrienden op de Fiets. “Vorig jaar nam ik een tent mee,” vertelt Albers, “maar na drie nachten was ik dat al zat.” Slaapzalen met stapelbedden zijn ook niets voor hem, hij boekt liever een goedkoop appartement of een hotel. “Aan het begin van de middag bekijk ik waar ik uit zal komen en dan boek ik wat.”

Albers maakt de tocht alleen. “Mijn vrouw werkt nog, we bellen elke avond.” Vorig jaar was hij drie weken onderweg. Voor de tocht naar Rome, zo’n 2200 kilometer, rekent hij op vier weken. “Maar het kan ook minder zijn.” Anderen snappen niet dat hij alleen op pad gaat. Het zou gevaarlijk zijn. “Stel dat je onwel wordt, zeggen ze dan. Maar als me overdag in huis iets overkomt, ben ik ook alleen. Onderweg zal er eerder iemand zijn die me kan helpen.”

Eenzaam is een fietstocht in zijn uppie niet. “Je hebt overal aanspraak. Dat is juist de charme van zo’n tocht. Je komt veel mensen tegen.” Vorig jaar kwam hij een politieagent uit Engeland en één uit Stuttgart tegen. “Dat is ontzettend leuk. De blauwe familie.”

Op de teller van zijn nieuwe fiets staan nu 2200 trainingskilometers. “Ik ben goed voorbereid.”

Uit de krant