
Gaan als de brandweer
ColumnIn mijn beginjaren bij de gemeente Zevenhuizen had ik allerlei bijzondere taken. Zo was ik ambtenaar rampenbestrijding, secretaris van het schoolmelkcomité en administrateur van de lokale vrijwillige brandweer. Het vrijwilligerskorps van Zevenhuizen bestond grotendeels uit Zevenhuizenaren die ook overdag in de gemeente waren. Handig omdat branden niet alleen ’s nachts of in de avonduren uitbreken. Zo waren er boeren, medewerkers van lokale bedrijven en zelfstandigen lid van de club.
Twee bijzondere leden waren de gebroeders Daan en Wim Ritmeester. Zij runden samen een flink taxibedrijf in het dorp en hadden binnen het korps ook de functie van chauffeur, net als enkele anderen. Als zij zelf geen taxiritje hadden, was er niks leukers dan met een blauw zwaailicht en een gillende sirene in volle vaart door het dorp te jakkeren. Waarschijnlijk een stuk spannender dan de taxi.
Iedere chauffeur wilde de brandweerwagen besturen, wat bij elke alarmering in een gezonde concurrentiestrijd uitmondde. De beslissing viel elke keer aan de hand van het principe ‘wie het eerst komt wie het eerst maalt’.
In die tijd waren er nog geen piepers of mobiele telefoons, maar stond op het dak van het gemeentehuis een enorme sirene. Als die afging wisten de dorpsbewoners dat ze moesten uitkijken. Met hoge snelheid gingen de brandweerlieden op de fiets of met de auto richting brandweerkazerne. Die stond toen nog tegenover de huidige winkel van Bac, midden in het dorp.
Na een tijdje begon het op te vallen dat één chauffeur bijna altijd de eerste was: Daan Ritmeester van het taxibedrijf. Altijd keurig op zijn fietsje, zonder zich extreem te haasten. Hoe hem dat lukte bleef altijd een raadsel voor mij, tot ik enkele weken geleden na het tennissen een kopje koffie dronk op het terras. Daar sprak ik een dame die vroeger bij het taxibedrijf had gewerkt. Zij wist mij te vertellen dat je in die tijd een brand moest melden door een lokaal alarmnummer te draaien op de telefoon. Je werd dan doorgeschakeld naar de telefoon van taxibedrijf Ritmeester. Daar nam de echtgenote van Daan de telefoon op en zij drukte dan op de knop die de sirene in werking stelde. Voor zij dat deed was zij zo slim om eerst haar man te waarschuwen. Zij wachtte dan tot hij zijn fiets had gepakt en de straat uit fietste. Pas dan ging de sirene aan, zodat Daan altijd de eerste was. Tja, zo kan je ook ‘gaan als de brandweer’.
(de kronieken zijn van de hand van Hans Sytsema en gebaseerd op ware gebeurtenissen; namen van burgers en ambtenaren zijn gefingeerd)


















