Afbeelding
Kronieken van een ambtenaar

Otto’s olifantenpaadje

Column

Er waren nieuwe huizen gebouwd langs de Wethouder Kreftlaan. Alles keurig op orde, behalve één klein detail: er was geen fatsoenlijk voetpad richting de Dorpsstraat. En zoals dat in dorpen gaat, wachten mensen niet op gemeentelijke besluitvorming als ze naar de bakker willen. Binnen de kortste keren was er een zogeheten olifantenpaadje ontstaan: een smal, platgetrapt pad door het struikgewas, waar wandelaars netjes hun eigen route hadden gemaakt.

De gemeente vond dat eigenlijk wel handig. In plaats van het paadje te bestrijden, besloot men het te ‘legaliseren’ met keurige tegels. Slim, dacht men. Efficiënt ook. Alleen... niet iedereen dacht daar zo over.

Otto Jansen, bewoner van het hoekhuis, keek namelijk uit op dat pad. En belangrijker nog: de wandelaars keken terug. Hij vond het maar niets, al die nieuwsgierige blikken langs zijn zijraam. Otto schreef een beleefde doch dringende brief aan de gemeente: of dat paadje zo spoedig mogelijk kon verdwijnen. De ambtelijke molen draaide, maar de uitkomst was teleurstellend. Het college besloot het pad te laten liggen en raadde Otto zelfs aan ‘desnoods zijn ramen te blinderen’. 

Daar was Otto niet voor te porren. Hij schreef een tweede brief, ditmaal aan de gemeenteraad. Met overtuiging en argumenten: het ging niet alleen om privacy, maar ook om betrouwbaarheid van de overheid. Hij had immers bij de koop van zijn huis netjes het bestemmingsplan bekeken en daarin stond duidelijk: ‘groenstrook’, niet voetpad.

En zo belandde de kwestie op mijn bureau. Ik dook in het bestemmingsplan en zag inderdaad: bestemming plantsoen. Wat mocht daar precies wel of niet? De voorschriften waren vaag. Toen herinnerde ik me een wijsheid uit mijn studietijd: als de wet niet duidelijk is, mag je het woordenboek raadplegen. Dus liep ik naar het bureau van de gemeentesecretaris, sloeg de Dikke Van Dale open en las: ‘Plantsoen: openbaar groen, vaak met waterpartijen en wandelpaden’.

Klaar was Kees, of in dit geval Hans. Het advies was helder: het pad mocht blijven. De raad stemde ermee in. Uiteindelijk werd het paadje zelfs verbreed én iets verlegd, zodat Otto iets minder inkijk had. 

Zo kreeg Otto zijn rust, de wandelaars hun route, en de gemeente haar gelijk. 

En ik? Ik leerde dat ambtelijke wijsheid soms gewoon in het woordenboek staat.

(de kronieken zijn van de hand van Hans Sytsema en gebaseerd op ware gebeurtenissen; namen van burgers en ambtenaren zijn gefingeerd)

Uit de krant