Afbeelding
Kronieken van een ambtenaar

Panta Rhei

Column 185 keer gelezen

Soms kom je in een archief een dossier tegen dat je jaren later nog aan het denken zet. En soms rijd je er veertig jaar later toevallig langs. Dat laatste overkwam mij deze week. Het ging om een stukje grond aan de Knibbelweg, van de familie Jansen. 

Een klein perceel met een agrarische bestemming. Mevrouw Jansen gebruikte het voor de teelt van bloemen in de volle grond. Geen kassen, geen enorme schuren, maar gewoon bloemen. De heer Jansen had echter andere plannen. Hij wilde er een woning en een bedrijfsschuur bouwen. Hij had dat al een paar keer geprobeerd, maar mijn voorgangers hadden steeds negatief geadviseerd. De agrarische deskundige vond het bedrijf van mevrouw Jansen niet volwaardig genoeg. Het perceel was daarvoor te klein en van de opbrengst kon je volgens hem onmogelijk een volwaardig inkomen verdienen. 

Toen ik het dossier onder ogen kreeg, was de situatie inmiddels wat spannender geworden. Er was een bezwarencommissie en een gang naar de rechter kwam in beeld. Dat laatste was voor mij een extra reden om het dossier nog eens goed te bekijken. Niet omdat ik bang was voor de rechter, maar een verloren zaak is nu eenmaal zelden een hoogtepunt in een ambtelijke loopbaan. Ik belde de agrarische deskundige. Waarom was dit eigenlijk geen agrarisch bedrijf? Zijn antwoord kwam er ongeveer op neer dat mevrouw Jansen volgens hem meer een hobbyist dan een ondernemer was. Dat vond ik een merkwaardige redenering. Sinds wanneer is enthousiasme een reden om iemand zijn agrarische bestemming te ontzeggen? 

Na enig heen en weer gepraat kon ik niet anders dan concluderen dat er nogal gezocht was naar argumenten om de aanvraag af te wijzen. Ik adviseerde de commissie daarom positief. De vergunning werd verleend. En zo konden de Jansens, na jaren van vergeefse pogingen, uiteindelijk aan de Knibbelweg gaan wonen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik destijds niet verwachtte dat daar ooit een bloeiend agrarisch bedrijf zou ontstaan. Maar als er een gaatje in het bestemmingsplan zit, moet je dat soms gewoon erkennen. En daarna moet je het gaatje natuurlijk snel dichten.
Ruim veertig jaar later reed ik deze week nog eens langs. Op het imposante hek staat nog steeds de naam Jansen. Achter het hek zie ik geen bloemenveld, geen schuur en ook geen tractor. Wel een enorme vijver, siergras en een prachtige villa. Op het hek staat Panta Rhei: ‘alles stroomt’ ofwel ‘alles verandert’. Een toepasselijker naam had men niet kunnen bedenken. Want destijds deden we moeilijk over elke woning in het buitengebied. Nu staan er tegenover dat kleine lapje grond een paar honderd woningen. Inderdaad, alles verandert.

(de kronieken zijn van de hand van Hans Sytsema en gebaseerd op ware gebeurtenissen; namen van burgers en ambtenaren zijn gefingeerd)

Uit de krant