Voorzitter Melissa Moest, oud-voorzitter Cees-Jan Roos (links), wethouder Wybe Zijlstra en jeugdleden.
Voorzitter Melissa Moest, oud-voorzitter Cees-Jan Roos (links), wethouder Wybe Zijlstra en jeugdleden. Erik van Leeuwen

De IJssel al vijftig jaar één grote familie

Sport 179 keer gelezen

HOCKEY
Nieuwerkerk aan den IJssel – “Als vereniging zijn we fitter dan ooit. We blijven investeren in onze jeugd, faciliteiten én unieke sfeer”, zei De IJssel-voorzitter Melissa Moest vorige week bij het jubileumfeest van De IJssel. Op 13 mei was het vijftig jaar geleden dat de hockeyclub werd opgericht.

Door Erik van Leeuwen

Het feest werd gevierd door leden en oud-leden, onder wie enkele oud-voorzitters van de club. Eén van hen, Cees-Jan Roos, sprak over de familie die de club in zijn jaren was en nu nog steeds is. “In mijn tijd hadden we tweehonderd, driehonderd leden. Iedereen kende elkaar. Inmiddels is dat ledental verdubbeld, maar de sfeer is nog even familiair: doe normaal, dan doe je al gek genoeg.”

Roos was jarenlang bestuurslid en voorzitter in 1995, 1996 en 1997. Een tweede termijn kwam er vanwege een verhuizing met zijn gezin naar Sint Maarten niet. “De IJssel heb ik altijd gemist.”
Roos was naast actief vrijwilliger en bestuurslid ook jarenlang speler. Hij was er vanaf het begin, in 1976, bij. “Ik was toen jeugdspeler. Ik heb alle verhuizingen meegemaakt. Van de Rijskade naar het speelveld bij het zwembad en ook het delen van de velden met de korfbalclub. We speelden gewoon op gras. Te hoog gras, maar dat kwam doordat dat nodig was voor korfbalwedstrijden.”
De oud-voorzitter deelde woensdag nog een mooie anekdote over zijn periode als speler van het eerste elftal toen het eerste mannenteam op het veld bij het zwembad speelde. “Dat veld was veel kleiner en daar maakten wij dankbaar gebruik van. Ik weet nog dat we tegen Catwyck speelden. Uit waren we compleet weggespeeld, 10-0 was het geworden. Maar thuis werd het 0-0. Wij stonden voor dat doel. Catwyck kreeg de ene na de andere strafcorner, maar wij liepen ze er allemaal uit. De cirkel was dan ook anderhalve meter kleiner dan de regels voorschreven, haha.”

Kelderafdeling
Tegenwoordig speelt de mannenhoofdmacht in de tweede klasse, destijds speelde De IJssel 1 in de ‘kelderafdeling’. “We hadden met veel moeite een team”, herinnert Hein de Jong - speler van de hoofdmacht van 1985 tot 1997 - zich. “Er werd wel eens een speler letterlijk van straat geplukt.”

Dat overkwam hemzelf. “Vrienden van mij speelden hockey. Ze vroegen mij een keer te komen kijken. Ik had het niet meer zo naar mijn zin bij de voetbal. Toen ik me meldde kreeg ik meteen een stick in mijn hand om de competitiewedstrijd mee te spelen. Ik was nog helemaal geen lid en wist amper hoe ik een bal moest stoppen.”
De Jong maakte uiteindelijk de eerste promotie naar de derde klasse mee. Als verdediger had hij een belangrijk aandeel in het succes. “Dat was mooi om mee te maken.”

Kampioen in gezelligheid
Axel Groothuis stond als trainer aan de basis van de eerste successen. Hij weet nog goed dat hij een omslag teweeg moest brengen in wat hij noemt de ‘cultuur’. “Bij De IJssel zijn ze altijd kampioen geweest in gezelligheid. Hockey was een mooi excuus”, zegt hij lachend. “Ik was trainer geweest in de jeugd van Krimpen en we woonden nog niet zo lang in Nieuwerkerk. Ik kende Dave Keijzer, die in het eerste speelde. Hij vroeg of ik een paar weken de training wilde doen in de voorbereiding. Ze hadden geen trainer en geen coach. De eerste training die ik gaf was vreselijk. Ze deden maar wat.”
Bij de eerste wedstrijd in Waddinxveen besloot Groothuis het team als toeschouwer na te reizen. “Ik was er om half twee, maar van De IJssel was er nog geen speler. Om twee uur ook niet en ook om kwart over twee was er nog geen speler te bekennen. Pas tegen half drie kwamen de eersten binnendruppelen.”

Desondanks wist De IJssel Groothuis te strikken. “Ik weet nog goed dat we in het eerste seizoen in de middenmoot eindigden: 22 wedstrijden 24 punten en 48 doelpunten voor en 48 doelpunten tegen.”

Het seizoen daarop moest De IJssel het kampioenschap nog laten aan Barendrecht, maar in het derde seizoen onder de fanatieke Groothuis werden de Nieuwerkerkers wel kampioen. “Alleen gaf een kampioenschap geen recht op promotie. We moesten met Muiderberg en Houten een nacompetitie spelen. We promoveerden bij Muiderberg. Dat was een legendarische middag. De hele club was mee. Het bier was in een mum van tijd op.”

Groothuis, die zich tegenwoordig ontfermt over de jeugd, beschrijft De IJssel als een unieke club. “Als ik De IJssel in één woord moet vangen: thuis.”

Uit de krant