George van der Beek was zo trots op zijn prestatie dat hij zijn medaille een week lang niet af deed.
George van der Beek was zo trots op zijn prestatie dat hij zijn medaille een week lang niet af deed.

Zevenhuizense loper overwint ‘strijd met zichzelf’ in New York

Algemeen 698 keer gelezen

New York / Zevenhuizen - Met knikkende knieën van de zenuwen stond hij in het startvak. Als een van de 50.000 deelnemers begon hij zondagochtend 6 november aan de marathon van New York. Op de achtergrond schelde het volkslied van de Verenigde Staten. Nog even, en hij mocht gaan. 

Drie jaar lang heeft George van der Beek (44) uit Zevenhuizen toegeleefd naar dit moment. Samen met een aantal andere hardlopers van loopgroep Nesselande had hij na afloop van de marathon van Rotterdam in 2019 (’de mooiste van Nederland’) zijn zinnen gezet op New York. Eerst zou hij met 40 hardlopers afreizen naar Amerika, maar na twee keer annulering vanwege corona, bleef slechts een groepje van vijf over. Van der Beek was er één van.

Drie maanden lang had hij getraind, drie tot vier keer per week. Van der Beek loopt hard sinds 2015 en heeft sindsdien een paar marathons gelopen, maar New York bleek toch andere koek. “Bijna alles is vals plat op de route, en het voelde alsof elke straat omhoog liep.”

Na 20 kilometer - nog niet eens halverwege - was het voor Van der Beek al gedaan. Althans, zo leek het. Met 22 graden was de dag uitzonderlijk warm en Van der Beek had het zwaar, heel zwaar. Hij vertraagde zijn pas en begon te wandelen. “Ik kan heel slecht tegen de warmte en onze trainingen waren vooral in de kou.”

De toeschouwers, die overal rijen dik langs de route stonden, zagen het gebeuren en begonnen meteen met aanmoedigen. “Ik had mijn naam op mijn shirt staan en de toeschouwers hebben me er vervolgens doorheen geschreeuwd.”

Want stoppen was geen optie. Drie jaar lang had hij het nergens anders over gehad. Het thuisfront, alle vrienden en familie, kon hij niet teleurstellen. Dus hij ging door.

“Een marathon is vooral een strijd met jezelf. Als je getraind bent, kan je lichaam die 42 kilometer wel aan. Maar mentaal denk je dat je op bent.”

Uiteindelijk kwam hij, terwijl hij met vrouw en kinderen aan het videobellen was, na vier uur en 45 minuten over de eindstreep.

“Dat was zo mooi. Ze renden met me mee naar de finish.” (Myriam Dijck)