
Van een kantoor in de stad naar een akker aan de Rotte voor zinvoller leven
Algemeen 893 keer gelezenOud Verlaat - De aandacht voor aangepaste vormen van landbouw groeit. Dat is koren op de molen van Tommi Palumbo en Anne Vos, die aan de Zevenhuizense Rottekade hun droom van een natuurinclusieve akker en een voedselbos waarmaken. Nu het college medewerking heeft toegezegd, kunnen vergunningen worden aangevraagd en wordt gehoopt op een ja van de gemeenteraad.
Door Judith Rikken
Terwijl op een vrijdagmiddag in de herfst de jongste spruit van het stel over de tafel kruipt en de oudste op school zijn eerste kleuterwerkjes maakt, voorzien Vos (35) en Palumbo (36) in hun woonkeuken twee vrijwilligers van hun zelfoogsttuin ‘vanderotte’ van koffie; een van hen trakteert op zelfgebakken oliebollen.
Opgegroeid op wat destijds een spruitenteeltbedrijf was aan de Rotte in Oud Verlaat, vertrok Tommi Palumbo een jaar of achttien geleden naar Amsterdam om te studeren. Terwijl hij zich toelegde op de studies rechten en filosofie, waren er thuis ontwikkelingen die zijn toekomst mede zouden bepalen. Voor de aanleg van de roeibaan in de Eendragtspolder werd zijn vader onteigend en er bleef te weinig akkerland over voor het conventionele bedrijf.
Boontjes zaaien
Nadat de drie hectare die waren overgebleven, jarenlang werden verpacht, keerde Palumbo er in 2022, mét Vos, naar terug. “Ik heb altijd veel verbondenheid met de plek gevoeld en het begon echt te jeuken toen ik door mijn werk op een groot advocatenkantoor in Amsterdam overbelast raakte. Ik kwam vaker naar huis en begon met moestuinieren. Elke woensdag als ik hier was, dacht ik: pff, zit ik morgen weer achter de computer advocatenwerk te doen.” Terwijl hij boontjes zaaide, werd ook het zaadje geplant voor een leven dat zich meer in de natuur zou gaan afspelen. “Wat voor mijn vader als boer een waardeloos stukje land was geworden, is voor het type boer dat ik wilde worden een fantastische plek.” Van de Zuidas ging de reis terug naar Zuidplas.
Collega Anne Vos was enkele jaren daarvoor al ‘smoorverliefd’ geworden op de boerenzoon die net als zij lange dagen maakte op kantoor. “We werkten al een aantal jaren samen en vonden elkaar in de vraag: is dit het nu?” Het antwoord was nee; de twee werden een stel, gingen reizen, zegden hun banen op en namen de ouderlijke boerderij over. Ze begonnen een zelfoogsttuin en hadden direct 25 oogstgenoten, die meedelen in de ‘met respect voor mens en natuur’ geteelde opbrengsten van het land. Inmiddels komen wekelijks vijftig mensen het erf op om vers geoogste gewassen op te halen.
Die gang van zaken lijkt wat op vroeger, toen het bedrijf nog een gemengde boerderij met koeien, kippen, varkens en groenten was en mensen uit de buurt kochten aan de voordeur aan de dijk. Wat anders is, is dat ‘de buurt’ nu verder komt dan de voordeur. “In het begin heb ik de waarde van ‘samen’ onderschat”, vertelt Palumbo. “Ik dacht dat ik geen tijd had voor al die ‘sociale dingen’. Maar mensen kwamen vragen of ze mochten helpen en zo is een gemeenschap van vrijwilligers gegroeid, die ons en hen veel waard is. Het geeft ons de kans om deze plek verder te ontwikkelen naar wat we een ‘natuurbosakker’ noemen, waar je groente, fruit, noten en bloemen kunt oogsten.”
Naast de banen die de twee buitenshuis hebben, speelt hun leven zich grotendeels af in de polder, waar ze leren leven met de omstandigheden. Die zijn niet altijd gunstig. “Pas dit jaar zagen we voor het eerst echte groei.” Maar de winst is groot, volgens filosoof Palumbo - die van kinds af aan graag nadenkt over levensvragen: “In het vele buiten zijn en de gemeenschappelijkheid zit voor mij een belangrijke invulling van een zinvol leven.”


















