Afbeelding

De brief

Column

De telefoon ging. Het was burgemeester van ’t Verlaat die vroeg of ik even boven wilde komen. Nadat ik zijn kamer was binnengekomen, nodigde hij me uit om te gaan zitten. Hij keek me doordringend aan en zei: “Hans, ik heb een heel belangrijke opdracht voor je. Hier heb je een enveloppe die is geadresseerd aan mijn collega Van der Louw van de gemeente Rotterdam. Jij moet naar het gemeentehuis van Rotterdam en daar moet je deze brief persoonlijk aan hem overhandigen.” Hij gaf me de enveloppe alsof het om een kostbaar juweel ging, en maakte me in niet mis te verstane woorden duidelijk dat ik me niet mocht laten afschepen. De brief mocht aan niemand anders worden afgegeven dan aan de burgemeester. 

In mijn lelijk eendje reed ik de Coolsingel op en zag links van me het gemeentehuis. Een kolossaal gebouw dat op mij de indruk maakte van een onneembare vesting. Met een knoop in mijn maag parkeerde ik bij de Bijenkorf en liep richting gemeentehuis. Bij de deur stond de eerste horde in de vorm van een gemeentebode. Om de urgentie van mijn komst duidelijk te maken, had ik een paar zinnen voorbereid. Halverwege mijn betoog viel hij mij in de rede: “Ga maar naar die balie, daar helpen ze u verder.” Daar stak ik mijn volledige verhaal af en dat bleek te werken. Een opgeroepen bode escorteerde mij naar de burgemeesterskamer.

Via hoge marmeren trappen kwam ik op eerste verdieping. Vier imposante gangen later bereikten we onze bestemming. Daar zat een dame achter een fors bureau die mij vriendelijk aansprak: “Goedemiddag, wat kan ik voor u doen?” Ik stak mijn verhaal weer af en hield daarbij de brief van de burgemeester van Zevenhuizen als bewijsstuk triomfantelijk omhoog. “Deze moet ik dus persoonlijk aan burgemeester Van der Louw overhandigen”, zo eindigde ik zelfverzekerd.
De dame in kwestie bleek de secretaresse van de burgemeester, ze was niet echt onder de indruk van de 20-jarige jongeman die tegenover haar stond. Voor ik het wist stond ik enigszins verbouwereerd weer buiten met de belofte dat zij de brief onmiddellijk aan de burgemeester zou overhandigen. Gauw weer naar Zevenhuizen. Daar vertelde ik de gemeentesecretaris hoe het gegaan was. “Prima gedaan”, zei hij. Had ik me daar nou zo druk over gemaakt.
De volgende dag las ik in de krant dat de burgemeesters van Zevenhuizen, Rotterdam en Capelle aan den IJssel met minister Gruijters van Volkshuisvesting een principeovereenkomst hadden gesloten. Het betrof een afspraak over het afstaan van grondgebied voor de bouw van de Rotterdamse wijk Zevenkamp. Later zou Nesselande volgen en nu moet het Vijfde Dorp uit de grond gestampt worden. Zonder de gemeentegrenzen te wijzigen ditmaal...